Samenwerking scholen Westelijke Mijnstreek – externe bureaus leerlingenzorg.
Inleiding
De zorg om leerlingen wordt steeds meer vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid beleefd. Samenwerken voor een optimaal resultaat bij de ondersteuning van kinderen die extra zorg en ondersteuning nodig hebben. Binnen het beleid Passend Onderwijs geeft de overheid impulsen om elkaar op te zoeken [1]. Het Samenwerkingsverband Westelijke Mijnstreek participeert in het veldinitiatief Passend Onderwijs Z-Limburg en geeft mede vorm aan de ambitie om alle kinderen kwalitatief goed onderwijs te geven, met name aan de kinderen die extra zorg behoeven. Daarbij geldt de zo-zo-zo-aanpak: zo snel, zo licht en zo thuisnabij mogelijk. Waar dat nodig is zoeken de partners elkaar op om vanuit de gedachte één kind – één plan.
Vanuit deze insteek zoeken we de externe partners op die ook bemoeienis hebben met zorgleerlingen. Communicatie en afstemming zijn basaal in dit proces dat erop gericht is een passend leeromgeving voor kinderen te creëren. Het onderwijs gebruikt daarbij de indeling van de 5 niveaus van zorg [2].
De werkgroep heeft in een aantal bijeenkomsten verkend hoe de condities dienen te zijn om tot een samenwerking te komen die de kwaliteiten binnen de scholen en het samenwerkingsverband enerzijds en de kwaliteiten en mogelijkheden van de externe bureaus anderzijds met elkaar verbindt.
Wat wordt hiervoor belangrijk geacht? In deze notitie komen achtereenvolgens aan de orde: de visie van waaruit je vertrekt en een omschrijving van wat we onder goede samenwerking verstaan. Vervolgens gaan we in op het fenomeen kwaliteit die uitmonden in een aantal samenwerkingsafspraken. Tenslotte besteden we aandacht aan de financieringsgrondslag, want zonder dat bouwen we luchtkastelen.
Visie op goede zorg
Zoals beschreven is het samenwerkingsverband erop gericht om binnen de regio thuisnabij, afgestemd en kwalitatief uitstekende zorgvoorzieningen te realiseren waarin iedere leerling uit de regio tussen 4 en 12/13 jaar kan worden opgevangen en ondersteund. We doen dat vanuit het besef dat school, ouders en kinderen elkaar nodig hebben bij het realiseren van een optimale schoolloopbaan van het kind.
Schoolbesturen hebben zorgplicht, kinderen hebben zorgrecht en ouders hebben zorgverantwoordelijkheid. Het samenwerkingsverband verbindt daarbij de partners om de zo-zo-zo-aanpak mogelijk te maken. Hierbij gelden de volgende uitspraken/oneliners
- Kinderen ontwikkelen zich op basis van respect en toewijding door ouders, opvoeders en professionals. Er is sprake van partnerschap waarin eenieder een gelijkwaardige inbreng heeft.
- Maximale kansen voor kinderen realiseren binnen de natuurlijke omgevingen (thuisnabij) waarin kinderen zich bevinden, is het uitgangspunt.
- Waar kinderen extra ondersteuning en zorg nog hebben, stemmen de betrokkenen deze zorg af op elkaar. Ouders, school, externe partners zoeken elkaar op en werken samen.
- Daarbij werken we volgens de principes van handelingsgericht werken en handelingsgerichte diagnostiek omdat we binnen de situatie waar het kind zich bevindt oplossingen willen creëren.
We dienen deze richtinggevers ook te gebruiken in de samenwerking met externe partners van de scholen/het samenwerkingsverband.
[1] Passend onderwijs wil alle kinderen van 4-18 jaar een passend onderwijsaanbod geven. Dus geen kinderen buitenboord! Daartoe wordt samengewerkt tussen basisonderwijs, voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs en de jeugdhulpverlening.
[2] Zie voor de beschrijving hiervan deze website.
Goede samenwerking
Samenwerking is een wisselwerking tussen school – ouders – extern bureau. Het initiatief voor contact kan liggen bij de ouder of bij de school. We gaan uit dat contact met de school is het vertrekpunt is voor het vervolg. Toch wordt dit soms belemmerd doordat ouders dit contact niet willen of doordat de school weigert informatie te geven.
Ouders zijn vaak de initiatiefnemer voor bemoeienis van externe bureaus, omdat
- Ze meer willen met hun kind dan de school kan bieden
- Ontevreden zijn met datgene dat de school biedt
- Onzeker zijn over wat een goede (volgende) stap is voor het kind
Wanneer de school initiatiefnemer voor contact is, zal dat altijd in overleg met de ouders gebeuren. Scholen hanteren daarbij de niveaus van zorg. Pas bij zorgniveau 3 zal de school het betrekken van externen aan de orde stellen. Dit kan zijn consultatief of voor het doen van onderzoek. In niveau 4 is sprake van daadwerkelijk begeleiden op basis van een handelingsplan.
Goede samenwerking betekent partnerschap en een tijdig opstartende communicatie. Het partnerschap van de ouders is een wezenlijk onderdeel in de samenwerking tussen school en extern bureau.
Een goede samenwerking veronderstelt dat:
- het bureau een goede relatie met de ouders heeft (vertrouwen)
- de school de ouders als partner ziet en daarna handelt (afstemmen van verwachtingen). Als het goed is gebeurt dit al vanaf zorgniveau 1.
- een bureau werkt op een manier die past bij het onderwijsconcept van de regio/school zoals beknopt verwoord in bovenstaande visie-uitspraken.
- de school een actieve invulling geeft aan de leerlingenzorg gebaseerd op handelingsgericht werken binnen de niveaus van zorg zoals afgesproken in het samenwerkingsverband.
- het bureau is bereid om met de school tot kennisdeling te komen (expliciete koppeling van de “behandeling” aan gegeven onderwijs).
- De school informatie en ervaringen deelt met de ouders en het extern bureau
- Het bureau werkt met wetenschappelijk erkende aanpakken.
- Het handelingsadvies van een extern bureau op zorgniveau 4 wordt altijd met de betreffende school teruggekoppeld.
- er géén eenzijdige schooladviezen gegeven worden door de externe bureaus. Ingrijpende uitspraken die betrekking hebben over een passende leeromgeving in een speciale setting (sbo of speciaal onderwijs) is bij uitstek een zaak waar alle partners bij betrokken zijn [3].
[3] Binnen het samenwerkingsverband ligt de afspraak dat aanvragen voor sbo-beschikkingen door Kwadrant worden bekeken op de inzet in zorgniveau 3 en 4.
Criteria voor kwaliteit
Welke kwaliteitseisen kunnen we stellen als scholen en externe bureaus samenwerken, zodat we ook daadwerkelijk goede zorg kunnen verlenen? Hiervoor stellen we een aantal criteria op waarop we de kwaliteit baseren:
- Procedurele criteria. We denken dan aan het melden aan de school van externe bemoeienis, het delen van handelingsgerichte informatie, het cyclisch werken, het afstemmen van werken binnen/buiten de schooltijden, de evaluatie van het traject, gezamenlijke schooladvies (indien nodig).
- Inhoudelijke criteria betreffende de aanpak: werken met wetenschappelijk erkende aanpakken, handelingsgerichte diagnostiek, handelingsadviezen binnen de niveaus van zorg, kwaliteit handelingsplan.
- Tevredenheidcriteria van ouders, leerling en school, die bij ieder traject worden gemeten.
Deze criteria dienen verder te worden uitgewerkt.
Samenwerkingsafspraken
Deze paragraaf is de praktische vertaalslag van al het bovenstaande. De werkgroep vult de praktische afspraken in. Het gaat in ieder geval over afspraken m.b.t.
- De intake door een extern bureau
Hierin wordt gewag gemaakt van de samenwerkingsafspraken met de scholen binnen dit samenwerkingsverband. Er wordt gesproken over het terugkoppelen en de communicatie met de school. Aandacht voor het privacyrecht van kind en ouder. Voorstel: maak bovenstaande punten tot vast gespreksonderwerp bij de intake. Er dient een intakelijstje gemaakt dat standaard gebruikt wordt door de externe bureaus.
- De periode waarbinnen het extern bureau contact opneemt.
Voorstel: binnen 2 weken wordt contact met de school opgenomen.
- Algemeen afstemmen: Over het aanleveren van gegevens door de school, wat terugkoppeling van gegevens vooronderstelt.
Voorstel: vastleggen in een procedure die voldoende ruimte laat voor professioneel aanpassen op de specifieke situatie.
- Het binnen/buiten schooltijd behandelen.
Voorstel: binnen schooltijd alleen wanneer er afstemming met de school inzake inhoud en behandeling plaatsvindt (1 kind 1 plan gedachte).
- Omgaan met schooladvies (sbo, so etc.).
Voorstel: wanneer een bovenschoolse voorziening in beeld komt dient het partnerschap uitgebreid te worden met een pab-er die mee inschat of verandering van leeromgeving passend is.
- Specifiek: dyslexie.
Voorstel: maak van dyslexie een proeftuintje om te ervaren hoe samenwerkingsverband en externe bureaus met elkaar kunnen samenwerken en kwaliteit kunnen leveren.
- Wat te doen bij miscommunicatie.
Voorstel: het samenwerkingsverband (bv. Het ODC-PO) is de plek waar school, ouder of extern bureau melding kan maken van stroef verlopende processen en (?) een beroep kan doen op mediation. Uitwerking van dit principe is dan gewenst.
Professionele samenwerking
Professionals zoeken elkaar op om maximale betekenis te hebben voor kinderen die extra zorg nodig hebben. Expertise dient te worden gedeeld en geinterviseerd zodat de regio sterker wordt wat betreft de ondersteuning aan scholen en kinderen. Het delen van ervaringen betreft de inhoud en de processen van hulp. Casusbesprekingen kunnen daarbij een rol spelen, evenals verdiepingsslagen in aanpakken. Als voorbeeld daarvan is handelingsgerichte procesdiagnostiek genoemd. De werkgroep ziet veel in deze professionele ontmoetingen om samenwerking te bevorderen. Het onderwijsdienstencentrum PO, dat momenteel in oprichting is, kan daarbij van dienst zijn. Daar kan het initiatief voor deze intervisie/scholingsbijeenkomsten worden neergelegd.
We zetten in op professionele afstemming 2 bijeenkomsten per jaar.
Financieringsgrondslag
Een versterking van de relatie en de samenwerking tussen externe bureaus en scholen kan alleen gerealiseerd worden als er een heldere financiële onderlegger geconstrueerd wordt.
Op basis van de huidige praktijk is zichtbaar dat niet alle externe bureaus contact zoeken vanwege de kosten die dat met zich mee brengt. Ouders, die de externe bureaus vaak inschakelen zullen deze extra kosten vaak niet willen/kunnen betalen. Scholen zeggen geen budget hiervoor te hebben. Pro-deo werken treft de inhoudelijke medewerker van een bureau. Deze kan de gemaakte uren niet declareren.
Vanuit de gezamenlijk gevoelde wens om af te stemmen, een kwaliteitsslag in de zorg voor de leerling te realiseren, dienen de volgende afspraken te worden gemaakt:
- Externe bureaus nemen schoolcontact op in het reguliere onderzoek/behandeltraject dat zij met een kind aangaan. Afhankelijk van de intensiteit van het traject zijn er dat 1 of meer. Bij uitgebreidere trajecten is dat minimaal 2 vanwege de start van een traject (intake/afstemming) en overgang van onderzoek naar behandeling (handelingsplan/afstemming).
- De scholen reserveren budget om onderzoek en afstemming mogelijk te maken. Deze budgetten worden ingezet ten behoeve van zorg voor leerlingen. Hieruit kan geput worden bij het inschakelen van externe bureaus.
- In situaties waar de ouder de initiatiefnemer is voor onderzoek en behandeling door een extern bureau, wordt vanuit de school gesprekstijd geïnvesteerd onder schooltijd. Het extern bureau neemt dit contact op in haar behandelplan en dus in de offerte naar de ouders.
- Bij situaties waar de school onderzoek en behandeling vraagt, zal de school de volledige kosten voor haar rekening nemen.
Los van deze financiële regeling is het interessant na te gaan of scholen/besturen op voorhand budget willen reserveren en storten in een onderzoek/behandelfonds, dat beheerd wordt door het samenwerkingsverband en geparkeerd bij het onderwijsdienstencentrum i.o. Bundeling van expertise is dan makkelijker mogelijk.
Te bespreken met de externe bureaus op 15 april 2010
12-02-2010
Rob Gerits,
Coördinator WSNS Westelijke Mijnstreek |