Nieuwsbrief no 2 Afdrukken E-mail
dinsdag, 16 maart 2010 16:34
(Download als PDF)

Het nieuwe zorgplan 2010-2011 van het samenwerkingsverband geeft nieuwe kansen

Handelingsgericht werken vanuit het ontwikkelingsperspectief van kinderen, dat is de leidraad voor het nieuwe zorgplan!

Wat betekent dat? Met de directeuren en de ib-ers is hierover diepgaand van gedachten gewisseld. Niet vertrekken vanuit de handelingsverlegenheid van scholen en leraren en de problemen bij/met kinderen, maar denken en handelen vanuit de kansen en mogelijkheden van het kind en van de school. Dit is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Om dit te kunnen moet je goed zicht hebben op de talenten van de kinderen (en hun leraar), moet je een perspectief hebben wat voor dít kind wenselijk en haalbaar is. Ben je in staat om het ontwikkelingsperspectief van het kind te beschrijven, dan kun je je onderwijs op die kansen en mogelijkheden inrichten.


Wat is hiervoor nodig? In ieder geval kundige leraren. Daarom investeert het samenwerkingsverband in taal en rekenen. Er worden werkgroepen aan de gang gezet en het protocol dyslexie wordt verder ingevoerd met behulp van het handboek, dat op alle scholen aanwezig is. Ook investeren we in sociaal-emotionele ontwikkeling, want kinderen die goed in hun vel zitten, leren beter. Ook zijn we van plan met HGPD-consulenten te gaan werken. Dit zijn gespecialiseerde mensen in handelingsgerichte procesdiagnostiek.

Voor meer info, kijk in het zorgplan dat op alle scholen ligt.

De privacy van ouders, workshop op 21 april in SBO de blinker Geleen

Vaak worden vragen gesteld over de privacy van ouders. Welke informatie mag je met professionals delen, zeker als je als samenwerkingsverband info verzamelt over vorderingen en problematieken (zie elders: vroegsignalering). Maar ook vragen over rechten en plichten van scholen jegens gescheiden ouders. Wat doe je wanneer de ene ouder zegt dat de andere niet geïnformeerd mag worden? Wat neem je op in een leerlingdossier en mogen ouders daarin inzage hebben?

Over deze zaken wordt een informatieve bijeenkomst georganiseerd op 21 april. Dan zal mr. Nicole Niessen van Boels-Zanders advocaten te Maastricht hierover een workshop verzorgen in SBO de Blinker in Geleen. Nicole is gespecialiseerd in onderwijsrecht en personen– en familierecht.

Deze bijeenkomst is toegankelijk voor alle scholen binnen het samenwerkingsverband.

Taalpilot in afrondende fase

Drie jaar lang hebben 8 basisscholen samen opgetrokken om hun taalonderwijs te verbeteren. Naast woordenschat, technisch lezen en de aanpak van dyslexie, heeft iedere school een taalcoördinator opgeleid. Deze persoon heeft ervoor gezorgd dat taal/lezen een flinke impuls op school heeft gekregen.

 

In een tweejarige opleiding die op locatie door Fontys is verzorgd, nadert zijn afronding. Iedere schoolteam bezit dan niet alleen een collega die goed onderlegd is op dit terrein, maar er ligt dan ook een taalbeleidsplan waaraan de school verder kan werken.

Op 27 mei wordt deze cursus afgesloten met een presentatie en (hopelijk) met een certificaat.

Jammer genoeg kunnen we geen vervolg geven aan deze pilot. Er zijn geen gelden meer beschikbaar. Toch wil de club taalcoördinatoren met elkaar verder. Hoe, dat gaan we nog bekijken.

Wil je informatie, dan zijn hier de deelnemende scholen:

  • Bs. Don Bosco Stein
  • Bs. ‘t Heuvelke Geleen
  • Bs. De Duizendpoot Geleen
  • Bs. Limbrichterveld Sittard
  • Bs. Augustinus Sittard
  • Bs. De Springplank Geleen
  • Bs. De Lemborgh Sittard
  • Bs. De Tovertuin Sittard

De wsns rugzak, een nieuwe kans

Het komt nogal eens voor dat er op school verzucht wordt: “als ik wat meer aandacht en tijd aan dit kind kan besteden, dan zou het op school kunnen blijven en niet naar het SBO hoeven te gaan.” Handelingsverlegenheid betekent dan dat er te weinig handen zijn om dit kind te ondersteunen. We weten wat goed is voor deze leerling, maar we kunnen het niet bieden!

Het Samenwerkingsverband is dit jaar gestart met een proef, de WSNS-rugzak. Hoe werkt dat? Wanneer een school samen met een PAB-er tot de conclusie komt dat verblijf op de eigen school goed zou kunnen, mits er extra hulp gegeven kan worden, dan kan de rugzak worden aangevraagd. Deze bestaat uit geld (€ 2500,-) dat ingezet wordt ten behoeve van dat kind (meer handen). Via een eenvoudig formulier (de pab’er heeft dit) wordt het verzoek ingediend. In dit verzoek staat een onderbouwing van de aanvraag en de wijze waarop de school dit wil gaan invullen.

We hebben als proef een tiental rugzakjes in de begroting opgenomen. Afhankelijk van de ervaringen die we opdoen, wordt dit beleid voortgezet. Een nieuwe kans voor de regio!

Passend onderwijs wordt bijgesteld

Het heeft de staatssecretaris behaagd om het beleid passend onderwijs om te gooien. Er komen veel sterkere richtlijnen vanuit Den Haag voor de verdere uitwerking van passend onderwijs.

Wat heeft dat tot gevolg voor ons Samenwerkingsverband? Allereerst krijgen we meer verantwoordelijkheid. De rugzakgelden worden aan het zorgbudget van WSNS toegevoegd (2012). Hierdoor worden we ook verantwoordelijk voor de goede zorg van LGF-leerlingen REC3 en REC4. Hierover dienen we goede afspraken te maken met de REC-scholen. Verder zal iedere school een zorgprofiel dienen op te stellen. Dit gebeurt samen met personeel en ouders. In dit zorgprofiel geeft de school aan welke zorg geleverd kan worden (dus ook waar grenzen liggen). Alle zorgprofielen samen vormen de basis voor het Samenwerkingsverband. Maar er is meer, zoals het continuüm van zorg en de samenwerking met jeugdhulpverlening.

De beleidswijziging wordt gekoppeld aan meer richtlijnen van bovenaf. Waar eerst vanuit de regio Zuid Limburg veel kon worden ontwikkeld, wil de overheid passend onderwijs meer zelf uitlijnen. Verschillende voorbeelden op een rij

  • Nog eerst iets over het zorgprofiel dat verplicht wordt. Onze PCL is al bezig geweest om contouren van zo’n zorgprofiel op te stellen. In een zorgprofiel laat de school zien welke zorg zij kan leveren aan leerlingen. Dan gaat het om zorg voor kinderen met dyslexie, autistische kenmerken, sociaal-emotionele problemen, ADHD, een verstandelijke beperking etc. Dus eigenlijk kinderen waarbij we nu nog snel de vraag stellen of we moeten verwijzen danwel een rugzakje aanvragen. Daarbij gelden een tweetal invalshoeken: welke zorg kunnen we zelfstandig leveren en welke opvang met hulp van buiten. Zo’n zorgprofiel moet met veel zorgvuldigheid worden opgesteld. Dat doet niet alleen het team, maar daarbij zijn ook de ouders (MR) betrokken. Het samenwerkingsverband is nu aan het onderzoeken of het mogelijk is om het opstellen van een zorgprofiel tot een gezamenlijke actie van alle samenwerkings- verbanden Zuid Limburg te maken. Zodra hierover meer bekend is, krijgen jullie informatie hierover.
  • Er verdwijnt de verplichting om een regionaal netwerk van PO-VO-SO-Jeugdhulpverlening in te richten. Je mág samenwerken in een netwerk maar het hoeft niet meer. Het veldinitiatief Zuid Limburg moet dus een uitspraak gaan doen of we op de ingeslagen weg verder gaan. Binnen de regiegroep van Passend Onderwijs bestaat een duidelijke voorkeur om door te gaan. Samenwerken levert veel meerwaarde op, zo is uit de evaluatie gebleken.
  • Ook verdwijnt de verplichting om een loket in te richten. Wij hebben al uitgesproken dat ons loket Kwadrant zo’n positieve bijdrage levert, dat we dat in ieder geval handhaven. Wel komt de vraag op of we Kwadrant (wat eerst in de bedoeling lag) ook moeten laten integreren met het loket van VO. Daarover gaan we nu in overleg.
  • Het nieuwe beleid laat belangrijke zaken over aan de samenwerkingsverbanden PO en VO. Zij krijgen de rugzakgelden van REC3 en 4 te beheren. Onze PCL moet dus worden voorbereid om deze taak (toebedeling van gelden op basis van zorgzwaarte) op te pakken. Dat gaat niet zomaar en we hebben dus de steun van onze REC-scholen Xaverius en de Parkschool hard nodig. Deze verandering lijkt voordelig (het SWV krijgt meer middelen) maar is vanuit financieel oogpunt een verslechtering. De rugzakmiddelen worden bevroren op het niveau van oktober 2007 (dat is het plan) en dat betekend dat we met mindere middelen moeten doen. Dit is dus een pure bezuiniging. We zullen met elkaar dus ‘slimme’ manieren moeten bedenken om toch iedereen te kunnen bedienen. Een fikse opgave.
  • Het voordeel van bovenstaande beleidswijziging is dat we gedwongen worden om nog meer werk van het continuüm van zorg te maken. Onder het continuüm van zorg verstaan we alle bovenschoolse voorzieningen die we als samenwerkingsverband hebben om kinderen op te vangen die zich binnen het reguliere onderwijs onvoldoende kunnen ontwikkelen. Dus niet alleen de traditionele zaken als SBO-plaatsing, plaatsing en een REC-school, preventieve ambulante begeleiding, maar ook de autiklasjes, de WSNS-rugzak, vormen van handelingsgericht onderzoek, etc. De indaling van de rugzakgelden maakt het mogelijk om nu flexibeler ingezet te worden. Ook hier geldt dat we samen met de REC-scholen op weg gaan om goede vormen te ontwikkelen.
  • Nog een laatste belangrijk punt is het referentiekader, dat ontwikkeld wordt voor passend onderwijs. Het wordt een soort leidraad voor de regio/het samenwerkingsverband met betrekking tot passend onderwijs. Richtlijnen voor de kwaliteit van zorg, de verantwoording, professionalisering en het monitoren van leerlingen. Dat laatste sluit nauw aan bij onze vroegsignalering (zie ander artikel in deze Nieuwsbrief). Geen kind buitenboord betekent dan dat we samen leerlingen volgen zodat we onderweg niemand kwijt raken. Daarmee beginnen we op zorgniveau 3-4 en dat doen we verder over de instellingen heen.

Vroegsignalering november 2009, een bron voor het samenwerkingsverband

In november heeft het onderwijsloket Kwadrant voor de eerste keer het vroegsignaleringsonderzoek gehouden naar de stand van zaken in zorgniveau 3 en 4 op onze basisscholen. Dit was een proef waarmee we ervaringsgegevens verzamelen. Het betekent dat veel ib-ers veel werk hebben moeten doen om de juiste gegevens aan te leveren. Dat is gelukkig bij 90% van de scholen prima gelukt. Een enkele school leverde de gegevens onvolledig aan en er waren ook scholen die helaas niet meededen.

 

De belangrijkste uitkomsten op een rij:

- Er is een grote spreiding tussen de scholen als het gaat om het aantal zorgleerlingen in niveau 3 en 4. Hiernaast een grafiekje met percentages. De school met de minste zorgleerlingen (3,7%) aan de linker kant, de school met de meeste zorgleerlingen (51,6%) aan de andere kant. Wat betekent dit voor de werklast van de ib-er? Wanneer er meer dan de helft van het aantal leerlingen op een school tot zorgniveau 3-4 behoren (we verwachten maximaal 10-15%, behoor je als school jezelf een aantal vragen te stellen: Waar komt dit hoge percentage vandaan? Hoe zit het met de mogelijkheden van zorg in de groepen? Halen we niet te snel de verantwoordelijkheid bij de groepsleraar weg? Is ons onderwijsprogramma afgestemd op de schoolpopulatie? Wil je als school dat het samenwerkingsverband meedenkt en analyseert, dan geef dat aan bij de coördinator. Hij gaat dan aan de slag.

  • Er is bij 21% sprake van sociaal-emotionele problemen, rekenen is als probleemgebied steeds vaker in beeld (18%). Inhoudelijk wordt seo-problematiek vooral gekoppeld aan de persoon van het kind en het gedrag dat het kind laat zien. Ook wordt er (hetzij minder) een relatie gelegd met problemen in het primaire milieu (gezin, thuis). Toch kunnen we zien dat dan lang niet altijd de mogelijkheden van een ZAT worden benut
  • Wanneer we kijken naar de aard van ondersteuning die wordt benut, dan wordt het merendeel ingezet op onderzoek (27%) en veel minder op coaching (10%) en consultatie (13%). Hebben we hier te maken met het oude fenomeen, dat wanneer het niet soepel loopt je snel verwacht dat het aan de capaciteiten/intelligentie van het kind ligt? Interessant om eens verder te bekijken. Immers, we zijn nu een aantal jaren op weg om met handelingsgericht werken meer vanuit de kansen en mogelijkheden van kinderen te denken en minder vanuit tekorten bij kinderen.
  • Nog een gegeven: er blijken volgens opgave 79 kinderen met een rugzak in het reguliere basisonderwijs te zitten. Dit is 0,64% van alle leerlingen. Is dat hoog? Landelijke cijfers laten zien dat in de regio Westelijke Mijnstreek significant meer kinderen een rugzak hebben dan het landelijk gemiddelde. Betekent dat er ook meer ernstige problemen zijn? Ook dat is wat we nader moeten onderzoeken.

Samenwerking met externe bureaus

Het vorig schooljaar zijn we gestart met het overleg met externe bureaus, die gericht zijn op onderzoek en behandeling van kinderen. In een werkgroepje hebben we geprobeerd de gewenste samenwerking handen en voeten te geven. Wanneer we dat vanuit één visie kunnen doen, helpt dat om school, ouders en extern bureau op één lijn te brengen.

Goede samenwerking betekent bv. dat de school de ouder als partner ziet en dat de informatie met elkaar wordt gedeeld. Samenwerken betekent ook dat we goed regelen op welke manier de scholen gegevens aanleveren en hoe vorderingen/resultaten worden teruggekoppeld. Dyslexie is natuurlijk een heel concreet onderwerp daarbij: de scholen werken via het protocol, de externe bureaus sluiten bij dyslexiebehandeling hier zoveel mogelijk bij aan.

Op 15 april gaat het samenwerkingsverband weer in overleg met alle externe bureaus.

Dat gebeurt op basis van een notitie die de werkgroep heeft opgesteld. Deze notitie vind je op de website (zie Projecten: - externe bureaus). Heb je hierover een gedachte, een aanvulling of een kritische noot, mail het ons. Samen moeten we de beste afstemming creëren.

Pab-ontwikkelingen

In het samenwerkingsverband hebben we afgesproken dat zorgniveau 4 naar behoren is ingezet, voordat er een aanvraag bij de PCL kan worden neergelegd. Deze maatregel heeft ervoor gezorgd dat er een groot beroep gedaan wordt op Preventieve Ambulante Begeleiding. En met succes! Vanaf de start van Kwadrant zijn er ruim 240 PAB-trajecten gestart en daarvan zijn slechts 30 gevolgd door een plaatsing in zorgniveau 5. Maar er is meer. Sinds PAB zo intensief wordt aangevraagd door de scholen, is de kwaliteit van de onderwijskundige rapporten sterk vooruit gegaan, aldus de PCL. En waar succes gevierd wordt, ontstaat meteen een grotere behoefte. Momenteel zijn er meer aanvragen dan Kwadrant aankan. We zetten tijdelijk meer capaciteit in tot augustus, maar daarna is er budgettair geen ruimte meer. Dat is jammer. Dus gaan we op zoek naar andere vormen van financiering. Een van de ideeën daarbij is het openen van de mogelijkheid voor de scholen om zelf PAB in te kopen.

PAB wordt tegenwoordig ook door REC3 en 4 vanuit Kwadrant verzorgd. Het zijn Mery Ruber (Parkschool) en Francien Vasterling (Xaveriusschool) die aan Kwadrant verbonden zijn. Dit heeft als voordeel dat de aanvragen voor pab vanuit een brede deskundigheid kunnen worden beoordeeld en verdeeld. Dus ook pab die specifieke expertise verlangt rondom gedrag al dan niet in combinatie met een sterk vertragende ontwikkeling (capaciteitsproblemen) kunnen worden opgepakt. Maar er is meer. We hebben nu ook met REC2 afgesproken dat er een contactpersoon vanuit de Mgr. Hanssenschool kan worden ingeschakeld bij problemen in de spraak-taal ontwikkeling waarbij specifieke kennis nodig is. Zo’n afspraak is ook gemaakt met REC3 als het gaat om zeer gespecialiseerde ondersteuningsbehoeften.

Op deze wijze willen we voor elke school op een gemakkelijke manier deskundigheid beschikbaar maken. Het onderwijsloket Kwadrant wordt zo steeds meer de toegang voor het continuüm van zorg dat we als regio inrichten.